Adrie Hopman

Een hardwerkende vader die de nodige penningen binnenbracht als verwarmingsmonteur terwijl mijn moeder voor het huishouden zorgde, in die tijd volkomen geaccepteerd. Hij klusde er wat bij door radiatoren te spuiten in een kleur die men wenste, alles werd als wit afgeleverd dus hier lag een potentie, heb veel geholpen met het schuren van die radiatoren om zo ook een zakcentje te mogen verdienen. Blauwe vingers van het schuren in soms erbarmelijke omstandigheden. Helaas ging ie zijn vrijheden als monteur te buiten door er buitenechtelijke escapades op na te houden waardoor het huwelijk na 33 jaar strande. Bovendien draaide hij de erfenis er door heen door zijn optreden, moeder wist van niets. Geld weg. Niet geheel zijn schuld, onze moeder bood hem niet de warmte die hij zocht. 

Moeder heeft zich na al die jaren er wel door heen geslagen. Wel wat nukkig en niet sociaal bezig, bovendien niet altijd aardig voor je als je op bezoek komt. Klagen dat ze (de kinderen) de deur niet platlopen is haar aan te rekenen. Nog steeds op zichzelf wonende in Wierden tot februari 2019. Nu 89 jaar en heb ik als mantelzorger een indicatie CIZ aangevraagd omdat het alleen wonen niet meer verantwoord is. Inmiddels is ze sinds maart 2019 wonende in Titus Brandsmahof te Almelo appartement 39, met 24 uurs zorg, beter voor haar. En iets gelukkiger.

6 kinderen werden er uiteindelijk geboren.
Herman 1952, Gerrit 1956, Janneke 1957, Joke 1958, Adriaan 1967, Han 1969.
Het trieste gegeven is wel dat sommige kinderen nauwelijks of geen contact hebben met hun moeder. Twee hebben hun moeder soms al meer dan 12 jaar niet gezien. Het kan je niet passen, uitkomen, o.i.d. maar het blijft wel je moeder. 
Kortom, ik ben de mantelzorger en financieel beheerder met alle sores van dien. Zet me dan ook al meer dan 30 jaar financieel voor haar in. Niet altijd in dank afnemend, maar neem deze verantwoordelijkheid dan toch maar. 

Nieuwenhuis

Janna Brinks, kleindochter van Brinks en vrouw Catharina Elisabeth Nendorf te Delden. Deze vrouw bracht een buitenechtelijk kind ter wereld, een schande in die tijd, toch later getrouwd met ene Brinks te Rijssen. En daaruit geboren een zoon Gerrit Hendrik Brinks, de vader van oma Janna Brinks, moeder van mijn moeder. Ze heeft maar kort geleefd, 41 jaar, daarna nam het oudste kind de taken van moeder over, Jenneke ontfermde zich over de andere zussen en vader. Triest gebeuren met in die tijd geen enkele humanitaire hulp van buitenaf of instanties. Die waren er gewoonweg niet. Je moest het zelf maar oplossen. Ook was er nog een zoon Willem in deze familie die zeer jong overleed in 1942.

Gerrit Jan Nieuwenhuis getrouwd met Janna Brinks.
Kinderen: Jenneke (†), Hannie (1930), Willemien, Gerrie, Willem (†) 1942

Jenneke(†) met Gerrit Jan Nijzink (†) kreeg 2 kinderen, Gerrit (†) en Frida
Hannie met Adri Hopman (†) kreeg 6 kinderen, Herman 1952, Gerrit 1956, janneke 1957, Joke 1958, Adriaan 1967, Han 1969.
Willemien Nieuwenhuis met Alidus ten Hove (†) kreeg 2 kinderen, Annelies en Rien
Gerrie Nieuwenhuis met Adri Midavaine kregen 5 kinderen.

Hopman/Westerhof, broers en zusters en meer...

Een familie die het niet altijd met elkaar kan vinden, koppige individuen die niet erg vergeeflijk zijn. Toch hoop ik op verzoening en constructieve communicatie, immers alles is gebaseerd op familieverbondenheid. Laten we lief hebben.

Wel heb ik enige kanttekeningen over opa Derk Hopman, hoe deze man zijn vrouw als fokfabriek gebruikte en haar 10 kinderen liet baren? Waren er dan geen grenzen? Had ie geen enkel vermogen in te schatten dat dit niet voor zijn vrouw vol te houden zou kunnen zijn? Uiteindelijk heeft hij haar de dood in gedreven door geen rekening te houden met haar lichamelijk vermogen. Waar is dan de liefde? Of was ze maar een broederij van zijn kinderen? We zullen het wellicht nooit weten.

Vader Derk Hopman en moeder Westerhof brachten 10 kinderen ter wereld. 2 gingen verloren aan vroege sterfte, zo ook Anne Hopman die later werd hernoemd toen mijn vader werd geboren, Anne Hopman de 2e, het was gebruikelijk in die tijd een gestorven kind te hernoemen in een nieuw kind. De andere 8 wisten te overleven. Toch stierf moeder Westerhof 2 jaar na haar laatste kind, Bep. In het kraambed van het 10e kind, moeder en kind overleefden niet. Vader wist zich geen raad met 8 kinderen dus ze werden allen uitgeplaatst naar z.g. weeshuizen. Mijn vader Adrie en broer kleine Geert werden geplaatst in een Zwols internaat. In 1943 werden ze liefdevol opgenomen in het gezin Vosman, Wierden, kinderloos. Tot overmaat van ramp overleed Herman Vosman in 1945 aan TBC. Stiefmoeder Hanna Staman-Vosman heeft die 2 kinderen (toen 17 en 15 jaar) dan ook alleen moeten opvoeden zonder hulp van haar echtgenoot.  Respect voor die opoffering. Ze was mijn oma, ondanks dat ze geen familie was, en heb dan ook vele momenten mogen meemaken met haar. Ze was ruling lady in de Vossenbosch te Hoge Hexel, een onderkomen van een textielbaron, Jaap Bzn Scholten. Mijn herinneringen aan haar zijn groot. Menig keer was ik in de villa van Scholco en heb daar alle vertrekken mogen verkennen. Bovendien ben ik vernoemd naar deze man (Hermannus Albertus Vosman). Hij werd maar 41 jaar.

We hebben de teksten omgezet van “ik” in “zijn” vorm en hier en daar ingekort of aangevuld en tekstueel gecorrigeerd op fouten, maar het gehele verhaal in zijn waarde gelaten. Lees het verhaal hieronder en wees onder de indruk van zijn heftige jeugd en militair verleden.

Jan Hopman, geboren op 19 september 1925 te Onstwedde (Groningen).
Vroeger werkte zijn vader in de turf, ze waren in die tijd heel erg arm en woonden in een plaggenhut. Later verhuisd naar Hengelo (Overijssel), daar werkte zijn vader in de bouw. Het gezin bestond uit een vader een moeder met 8 kinderen, het waren er eigenlijk 10, maar 2 overleden op zeer jonge leeftijd, bleef over 5 jongens en 3 meisjes. In Hengelo werd ook maar weinig verdiend. Rondkomen was dus niet aan de orde. In 1935 (Jan was toen 10 jaar) overleed zijn moeder in het kraambed van het 10e kind, moeder en kind overleefden niet. Erg veel verdriet want vader bleef achter met 8 kinderen.  Waarvan de jongste (Bep) 2 jaar oud was. 

Vader heeft het werken en verzorgen van de kinderen 1 jaar volgehouden, toen hij dit niet meer kon werd Jan op zijn 10e voor 6 weken naar het vakantieoord Bergen aan Zee gestuurd. Deze 6 weken waren om en hij dacht mooi weer naar huis toe te gaan. Niets was minder waar want ze werden naar het kindertehuis in Zwolle gebracht. Iedereen, al zijn broers en zusjes. Ze werden daar behandeld alsof ze jonge boefjes waren. Het is niet te beschrijven hoeveel verdriet ze daar met elkaar hebben moeten gehad. Op een dag werd Jan in een pleeggezin (Familie Tebberman) in Assen opgenomen samen met nog een jongen genaamd Snippe. Ze hadden het daar erg slecht, moesten aldoor maar werken, kregen geen vrije tijd! Ze hebben hier toen over geklaagd en werden overgeplaatst naar een ander gezin (Familie Dragt). Meneer Dragt was huisschilder van beroep en vond dat Jan dit ook maar moest gaan leren bij een schildersbedrijf maar vond dit helemaal niet leuk! Daarna getest in Utrecht en daar kwam uit dat ie zeer geschikt was voor drogist. Daarna naar Deventer gegaan bij de Familie Verhagen aan de Zwolseweg waar ook een kapperszaak zat. Hij kreeg daar een baan als leerling-drogist bij de Familie Nikkels, dat waren nog eens goede mensen!

Ja, toen wou Jan graag zijn vader weer zien! Had hem in jaren niet getroffen en kreeg heimwee.

Vader was inmiddels opnieuw getrouwd. De stoute schoenen aangetrokken en op weg naar Denekamp. Dit was geen goede zet want na enige dagen had de politie hem al te pakken. Ging toen regelrecht naar het tuchthuis in Hoenderloo. Zat daar een week vast tot op een gegeven moment er een gaatje kwam! Toen met de korte broek en hemd aan (meer had ie niet) over een hek van 3 meter geklommen zo de Veluwe over. Honger en dorst, ’s nachts sliep hij bij de boeren in de hooiberg en leefde van gestolen fruit. De IJssel overgestoken met een bootje wat daar lag van een boer, daarna verder gelopen richting Almelo, via het kanaal naar Denekamp. Vader wist niet wat hij zag! Kon daar helaas niet blijven want dan haalde de politie hem direct weer op. 14 dagen ondergedoken bij een boer, in die tijd heeft zijn vader hem aangemeld voor de Landstorm om te voorkomen teruggestuurd te worden naar het tuchthuis.
Werd toen opgehaald door 2 SS’ers. Werd naar Weert gebracht, leeftijd 16 jaar. Daar opgeleid als militair. Op een gegeven dag moest hij bij de Hauptsturmführer komen, dit was een hele hoge piet. Van hem kreeg hij een mooi baantje als poetser, dat hield in: zijn laarzen poetsen, kleding en bed schoonhouden en zijn auto verzorgen. Kreeg daarna een tatoeage in zijn oksel want de führer werd overgeplaatst naar Afrika en hij moest met hem mee! Naar El Alamein (Egypte), Hij werd getroffen door een granaatscherf. . . Teruggegaan naar Weert maar hij had er zijn buik wel vol van. Is er toen tussenuit geknepen naar zijn zus Harmke in Almelo. Die was toen in de kost bij Haakmeester in de Marktstraat, zij waren bij de ondergrondse, daar toen zijn Duitse pas afgegeven, die konden ze wel gebruiken. Hij werd door hen naar Soest gebracht om onder te duiken, het duurde niet lang of was alweer de pineut. Het hele huis was omsingeld door de SP (Sicherheits Polizei) met machinepistolen. Geen ontkomen aan.  Afgevoerd naar Scheveningen in de Kriegs Wehrmacht gevangenis (het Oranjehotel, Scheveningen).  Hij was zogenaamd gedeserteerd, heeft daar 5 maanden gezeten en werd daarna vrijgelaten omdat ie nog zo jong was. Werd teruggezet bij zijn collega’s in Veenendaal in een school, is daar niet zo lang geweest omdat ie ‘m weer gesmeerd was! Heeft tegen niemand verteld waar ie naar toe ging.
Vervolgens naar familie in Ter Apel gegaan, maar ook daar zaten hem zo weer op de hielen! Ze kwamen er wéér achter waar hij zat. Zijn oom heeft hem de grens overgebracht. Bij een Duitse boer terecht gekomen genaamd Johan Jéimen in Rütenbrock (is een dorp in de Duitse gemeente Haren in het Landkreis Emsland in het noorden van Duitsland. Heeft hier de gehele zomer gewerkt en heeft in korte tijd leren melken.

In september ’44 kwam de slag om Arnhem. Lopend vertrokken naar Almelo. Onderweg staande gehouden door de N.S.B. (De NATIONAAL-SOCIALISTISCHE BEWEGING in Nederland (afgekort 'NSB') was een Nederlandse politieke partij die van 1931 tot 1945 heeft bestaan). Door het oog van de naald gekropen want als ze wisten wie hij écht was hadden ze hem doodgeschoten!
Vanaf september 1944 tot en met de Bevrijdingsdag is ie in Almelo ondergedoken bij de Familie Mast.

Na de bevrijding kreeg hij bericht dat ie gekeurd moest worden voor het Nederlandse leger. Goedgekeurd. Werd toen gelegerd in de Prins Bernhard kazerne in Amersfoort. Opgeleid tot Huzaar van Boreel, 1ste verkenningsregiment. Moest daarna naar Nederlands-Indië, had hier eerlijk gezegd weinig interesse in maar het was kiezen of delen, anders wachtte Veenhuizen! Met de boot Johan van Olde Barneveld naar Nederlands-Indië vertrokken in het jaar 1947.
Daarna op transport naar belegering Buitenzorg op Java, vele politionele acties meegemaakt, gruwelijke dingen die je als jong mens liever niet meemaakt. Hier 1,5 jaar op Java gediend, gevochten en zijn leven gewaagd! Heeft daar zeker een trauma aan overgehouden. Vaak sprak men daar later niet of nauwelijks over. Je jeugd is sowieso al naar de knoppen en dan ook nog een militair trauma.

In mei 1948 teruggekomen naar Holland waar ie reeds verkering had met Betsie Broekhuis en hier dan ook verder vele jaren gelukkig mee getrouwd is geweest.

Vosman/Staman

Dus mijn oma is niet een bloedverwant maar wel een belangrijk persoon in mijn leven waar ik veel aan te danken heb. Bovendien ben ik vernoemd naar haar man Hermannus Albertus Vosman, ik heet dan ook Herman Albertus, maar dat terzijde. Ik was een z.g. moetje en mijn oma heeft zich altijd ontfermd over dat gezin door ze liefderijk op te nemen in haar huis Hexelseweg 51 te Wierden. Ze was z.g. intern ruling lady of the house oftewel altijd aanwezig in de Vossenbosch om haar baas van alle luxe te voorzien. Eten, drinken en zaak draaiende houden.
Ze had een eigen kamer in deze villa waar ze zich terug kon trekken in prive. 
Ze was er immers vaak 24/7 aanwezig. Jaap Scholten, textielbaron van van Heek Scholco, haar baas, was zeer afstandelijk tot personeel, dus hij was de textielbaron en dat moest vooral zo blijven. Schoenmaat 48, ik zie ze nog zo staan, flapschoenen van Pipo. Was dus zeer regelmatig hier in dit huis, vooral als hij op vakantie was en ik de villa met heel veel kamers kon ontdekken.

Ze overleed op 25 maart 1969 na een routineonderzoek voor haar nieren in het ziekenhuis waarbij er geen rekening was gehouden dat ze hartpatient was. Hoe dom.

SHE WASN'T A REAL RELATIVE BUT STILL A IMPORTANT WOMAN IN MY LIFE, SHE KEPT THE FAMILY TOGETHER IN DIFFICULT TIMES ... I WAS NAMED BY HER HUSBANDS NAME WHO DIED IN 1945 SO THERE WAS A BOND. SPENDED A LOT OF TIME WITH HERE AND ENJOYED IT. SHE NEVER HAD A CHILD OF HER OWN, I THINK SHE GRIEFED THIS VERY MUCH. SHE DIED IN A HOSPITAL AT A ROUTINE INSPECTION ON HER KIDNEYS BUT THE HOSPITAL DIDN'T RECOGNIZE HER HEARTDISEASE. SO SHE DIED BECAUSE OF NEGLIGENCE.

In 1942 adopteerden Herman Vosman (destijds handelsreiziger) en Hermina Johanna (Hanna) Staman (ruling lady in een mansion van een textielbaron) uit Wierden 2 kinderen van de familie Hopman die indertijd in een weeshuis te Zwolle waren opgenomen. De kinderen waren uit huis geplaatst omdat de vader te Hengelo (moeder overleden in kraambed) niet kon zorgen voor 8 kinderen. De 2 broers Anne en Geert Hopman zijn dan ook liefderijk opgenomen in deze familie. In 1945 aan het eind van de oorlog overleed haar man Herman Vosman aan TBC en stond ze er alleen voor, de kinderen op te voeden naar haar vermogen.

THEY ADOPTED TWO BOYS FROM ASYLUM BECAUSE THE PARENTS COULDN'T KEEP THEM ALIVE, THE MOTHER DIED IN BED OF GIVING BIRTH OF THE EIGHT CHILD. SO THE BROTHERS ANNE AND GEERT WERE DEPORTED TO A CHILDRENHOME. MY GRANDMOTHER LOOKED AFTER THEM AND RAISED THEM AS HER CHILDREN, UNFORTUNALY HER HUSBAND DIED IN 1945 OF TUBERCULOSE, SO SHE HAD TO DO THE JOB HER SELF. 

Na haar overlijden in 1969 heeft ze haar nalatenschap overgedragen aan mijn vader en moeder (de andere broer kleine Geert had inmiddels geen aandeel meer op zijn erfenis na vele teleurstellingen), blijkt in Zuid Afrika iets op zijn kerfstok te hebben gehad. Maar ook mijn vader heeft die erfenis niet naar eer en geweten gedragen. Verkwisting was er en dat had tot gevolg dat er niets overbleef van de erfenis. Moeder wist van niets. Mijn ouders zijn in 1986 gescheiden na 33 jaar huwelijk, niet dat dat belangrijk is maar wel jammer dat het zo gelopen is.

Vader is overleden op 19 juni 2003 ( in de leeftijd van 74 jaar), moeder leeft nog, in de leeftijd van 89 jaar (2019) en heeft nog steeds zin in het leven. In maart 2015 een nieuwe hartklep en een bypass om weer verder te kunnen. Oftewel een doorzetter. Wel wat nukkig en niet erg sociaal en ze wil ook niet zo sociaal zijn dus we laten het maar. iedere poging stuit op confrontatie.

Mijn (stief) oma was belangrijk, ze heeft een grote stempel gedrukt op het leven van mijn vader en moeder en zeker op mijn leven. Een warme vrouw die zichzelf kinderen had gewenst maar ze nooit mocht krijgen. Haar man overleed aan TBC in 1945. Haar grote trots was dat mijn ouders mij vernoemden naar haar overleden man. Troost.

Haar zusje Jennigje overleed op 19 jarige leeftijd aan TBC. In die tijd zweeg men daar over, dus ik heb nooit geweten dat ze een jongste zusje had. Door een verhaal van een neef kwam ik daar achter. Nu is het zaak de grafstenen in ere te houden. Iets voor de familie van de Stamans dit te onderhouden.